FLANDERS' FOOD RADAR

Vissilage van bijvangst en andere visserijreststromen – een alternatief voor vismeel?

Als gevolg van de recent geïmplementeerde aanlandplicht zal er vanuit de Europese visserij een significante toename ontstaan in visserijreststromen. Veel van deze reststromen zijn niet geschikt of mogen vanuit de wet niet verkocht worden voor directe humane consumptie. Wat kunnen we er dan wél mee doen?

Kader

Bij diverse visserijtechnieken worden er naast de doelsoorten, ook kleinere visjes, zeesterren, schaaldieren en andere commercieel oninteressante organismen gevangen, zijnde de bijvangst. Deze werd tot vorig jaar na sorteren terug overboord gegooid. Er wordt geschat dat voor iedere kilo vis die aan land gaat, er 1,5 tot 2,5 kilo aan bijvangst gecreëerd wordt. Het aandeel teruggooi varieert sterk naargelang de vissoort, het type visserij, het gebied en seizoen, en zou op ongeveer 8700 ton vis per jaar geschat worden (ILVO discard atlas, 2015).

In de Europese visserij wordt momenteel het verbod op teruggooi, de aanlandplicht, gefaseerd ingevoerd. Alle maatse en ondermaatse soorten met een vangstbeperking moeten verplicht worden aangeland. Vanaf 1 januari 2016 werd de aanlandplicht als eerste ingevoerd voor de vangsten van tong, schol, langoustines en schelvis, met mogelijks een aantal vrijstellingen (Departement Landouw en Visserij). Vanaf 2019 is het de bedoeling dat de aanlandplicht voor alle soorten met een vangstbeperking geldt. Het doel hiervan is om selectiviteit binnen de visserij te verhogen en om beter zicht te krijgen op de vangstgegevens (Europese Commissie). De gevolgen van het teruggooiverbod zijn moeilijk in te schatten, maar een creatie van een belangrijke reststroom is zeker.

Naast de aangelande bijvangst produceert ook de visverwerkende industrie een significante hoeveelheid aan valoriseerbare reststromen, zoals huiden, graten, koppen en ingewanden.

In het GeNeSys project van ILVO wordt op zoek gegaan naar een rendabel proces om zoveel mogelijk van de reststroom maximaal te kunnen benutten. Hierbij wordt vooral gekeken naar de potentie binnen de diervoederindustrie.

Vissilage

Een mogelijke conserveringstechniek en verwerking voor de bijvangst en reststromen vormt vissilage. Vis sileren is een proces waarbij (gehomogeniseerde) volledige vissen of visresten gehydrolyseerd worden door middel van het toevoegen van een organisch zuur en de werking van endogene enzymen. Het organisch zuur en de lage pH (4-4,5) hebben een antimicrobiële werking. Tijdens het proces vormt er zich een semi-vloeibaar (na ongeveer 4 dagen, afhankelijk van temperatuur) product en worden onder andere eiwitten afgebroken tot korte peptiden en aminozuren, resulterend in een beter verteerbaar product en een mogelijke toename in bioactieve eigenschappen van het product. Vis sileren heeft als voordeel dat het een relatief goedkoop en eenvoudig proces is en dat het toelaat om grote/variërende hoeveelheden en verschillende delen/soorten in 1 proces te verwerken en te stabiliseren (maanden stabiel). Ook kan vissilage bij omgevingstemperatuur bewaard worden, waardoor de nood aan dure koelinstallaties worden beperkt.

Het resultaat zou mogelijk bruikbaar zijn als vismeelvervanger in dierenvoeders zoals voeder voor varkens, ratten, kippen, vissen en garnalen (Ali and Sahu, 2002; Gallardo et al., 2012). Door een stijgende vraag naar vismeel en de toenemende druk op wilde vispopulaties loopt de prijs van vismeel aanzienlijk op (FAO 2014). Hierdoor is er steeds meer vraag voor vervangende eiwitbronnen, waarbij vaak gekeken wordt naar voedingsreststromen vanuit verschillende industrieën. 

Eerste silagetesten

In de Food Pilot, het applicatie-en analysecentrum opgericht door ILVO en Flanders’ FOOD, en in de labo’s van ILVO werden de eerste vissilagetesten uitgevoerd door doctoraatstudent Mike van ’t Land. Het silageproces werd op schol getest, een soort waarvan er veel ondermaatse individuen worden teruggegooid. Hierbij werd onder andere getest wat de meest interessante concentratie aan mierenzuur is die moet worden toegevoegd.

Daarnaast werden ook testen uitgevoerd op verschillende verhoudingen van 4 veel gevangen bijvangstsoorten (schol, wijting, bot, tong) om zo te evalueren wat het effect is van de vissoort op de vissilage-eigenschappen.

De vissilage werd geëvalueerd op nutritioneel (graad van hydrolyse, eiwit, vet, droge stof, vetzuren en aminozuren) en kwalitatief vlak (pH, TVN, TMA, TBA, micro-organismen). De eerste resultaten tonen aan dat, met een concentratie van 2,5% mierenzuur (w/w), de pH van de vissilage 3 maanden lang succesvol laag genoeg gehouden kan worden om microbiële groei te beperken. Na 3 maanden is ongeveer 75% van de peptide verbindingen gehydrolyseerd en bestaat de vissilage voor een groot deel uit korte peptiden en vrije aminozuren. Het eiwitpercentage (in de vorm van hele eiwitten, peptiden en aminozuren) neemt licht af gedurende opslag en bedraagt na 3 maanden ongeveer 60% van de droge stof. De resulterende analyses worden momenteel uitgevoerd. 

In het vervolgexperiment zal er gekeken worden naar het verder optimaliseren van het vissilage productieproces Hierbij wordt er gekeken naar het pasteuriseren van vissilage om een gewenste graad van hydrolyse te verkrijgen en zullen er in samenwerking met de Food Pilot verschillende droogtechnieken getest worden om een geconcentreerd product te bekomen. Vervolgens, om daadwerkelijk van een reststroom een eindproduct te realiseren, zal er geëxperimenteerd worden met vissilage als vismeelvervanger in garnalenvoeder. Garnalen zijn wereldwijd een zeer intensief gekweekt organisme en dragen significant bij aan vismeelconsumptie. Ook voor Vlaanderen, met een aantal grote voeder producerende bedrijven zal deze nieuwe bron van eiwitten interessante mogelijkheden bieden.

Dit onderzoek kadert binnen een grootschalig ILVO project, nl. GeNeSys, Gebruik van Nevenstromen als systeeminnovatie 

ILVO zet al enkele jaren in op onderzoek naar nieuwe bestemmingen voor plantaardige en dierlijke reststromen uit de landbouw en visserij. Zo worden in het ILVO-GeNeSys project processen als composteren, bioraffineren en sileren van oogstresten, overgeproduceerde groenten, dierlijke mest, reststromen uit natuurbeheer of uit de visserij onderzocht en aan de praktijk getoetst. Naast het technisch onderzoek wordt ook de aanpak bestudeerd en uitgetekend om zo’n innovatie zo maximaal mogelijk ingang te laten vinden in de markt.

 

Meer interesse in de vervolg silage-experimenten, kom het op 9 juni te weten op de GeNeSys studiedag!

Op het GeNeSys slotevent worden de belangrijkste projectresultaten voorgesteld. Daarnaast komen ook mensen uit de praktijk aan het woord en werpen we een blik op de toekomst. Bovendien is er ruim de mogelijkheid om te netwerken en kennis te maken met de wijde wereld van de circulaire economie/bioeconomie op onze infomarkt. Zie link 

Meer info

Contactpersonen

Mike.vantland@ilvo.vlaanderen.be

Els.vanderperren@ilvo.vlaanderen.be

Nathalie.bernaert@ilvo.vlaanderen.be

www.ilvogenesys.be

Nuttige links

Reacties