FLANDERS' FOOD RADAR

Fact checking: hoeveel voedselverlies door lelijke groenten en fruit?

Kromme komkommers en misvormde appels. Hoeveel zijn er? Wie koopt ze? Wie maakt er iets lekkers mee? En hoeveel gaat er uiteindelijk verloren als voedsel voor humane consumptie? M.a.w. wat is het onontgonnen potentieel?

COSMETISCHE KWALITEITSEISEN BIJ GROENTEN EN FRUIT LEIDEN TOT VOEDSELVERLIES

Vlaamse landbouwers lijden gemiddeld een afzetverlies van 10% omdat groenten en fruit moeten voldoen aan specifieke eisen in verband met kleur, vorm en afmetingen. Die cosmetische kwaliteitseisen bevorderen de handel, optimaliseren het verpakkings- en logistieke proces en maken productdifferentiatie mogelijk. In minstens een derde van de gevallen krijgt het afzetverlies een humane valorisatie door verwerking, sociale initiatieven of thuisverkoop. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent in opdracht van het Departement Landbouw en Visserij, dat de problematiek voor het eerst cijfermatig in kaart brengt.

Meer dan de helft van de groenten en fruit die niet voldoen aan de cosmetische kwaliteitseisen, goed voor net geen 120.000 ton voor de belangrijkste teelten, verdwijnt uit de humane voedselketen, waardoor er voedselverlies optreedt. Ze worden aangewend als veevoeder, worden vergist, gecomposteerd, uitgevoerd op het land of gewoonweg niet geoogst.

AFZETVERLIES

Voor groenten liggen de grootste verliespercentages in afzet bij bloemkool (gemiddeld 13,9%), courgette (11,5%), knolselder (12,6%) en wortelen (13,3%). De gemiddelde uitval is bij deze gewassen groter dan 10% en verliespercentages hoger dan 25% zijn niet ongebruikelijk. Voor prei (7,1%), selder (5,0%) witloof (5,6%), sluitkool (7,8%), bonen (8,6%), peterselie (7,3%) en tomaat (2,5%) is de uitval een stuk kleiner.

Bij fruit lijkt het probleem het grootst bij appelen. Gemiddeld is er een uitval van bijna 20% en bij een vijfde van de respondenten bedraagt het verlies meer dan 40%. Bij peren is de uitval beperkter (gemiddeld 11,7%) en werden geen verliespercentages boven 40% genoteerd. Bij aardbeien wordt het grootste deel van de uitval beperkt tot maximum 25%, het gemiddelde verlies bedraagt slechts 6,5%.

VOEDSELVERLIES

Verlies in afzet betekent echter niet onmiddellijk voedselverlies. Voor de fruitsoorten die door de bevraagde landbouwers geteeld worden, wordt meer dan 50% van het afzetverlies gevaloriseerd richting humane voeding. Voor appels en peren gaat dat zelfs over meer dan 70% van de afgekeurde vruchten. Het contrast met de bestemmingen van de afgekeurde groenten is groot. Maximaal 25% procent van het afzetverlies hiervan komt nog in de voedselketen terecht en tussen de groentegewassen onderling zijn de verschillen groot. Afgekeurde komkommer, spinazie, witloof, wortelen, knolselder, tomaat en bonen kennen een bestemming als humane voeding in 10% tot 25% van de gevallen. Voor bloemkool, courgette, prei, sla en sluitkool is de valorisatie na afkeuring beperkt tot 10%. De overige groenten uit de bevraging worden wanneer ze niet aan de kwaliteitseisen voldoen, enkel aangewend voor niet-humane doeleinden. Het afzetverlies is voor deze groenten dan ook gelijk aan het voedselverlies.

ACTIES DOORHEEN DE KETEN

Verschillende actoren beschikken over potentieel om de voedselverliezen door cosmetische eisen te reduceren. De retail heeft al verschillende campagnes gevoerd om ‘lelijke’ groenten en fruit op de markt te brengen. Om geen vraag naar afwijkende producten te creëren, hebben dergelijke acties een kleinschalig en tijdelijk karakter. Ook de verwerkende industrie en nieuwe innovatieve ondernemingen nemen al initiatieven om reststromen hoogwaardig te valoriseren. op het niveau van de veiling is er weinig uitval. Uit cijfers van VBT blijkt dat slechts 1,4% van wat aangevoerd wordt, niet in de humane voedselketen terecht komt. Dat lage cijfer is te danken aan de sortering die al op het niveau van de primaire productie gebeurt. De landbouwer maakt zelf een inschatting van de kwaliteit van de producten alvorens die naar de veiling te brengen. Om te voorkomen dat er een overaanbod is op de markt en bijgevolg de prijs daalt, worden enkel de producten van hoge kwaliteit aan de veiling geleverd. De overige producten gaan naar de verwerkende industrie. Zowel de landbouwers als de voorlichters geven aan dat er tegenwoordig veel minder uitval is door rassenselectie en kennis over de teelttechniek. In een workshop met de stakeholders werd er voorgesteld dat de veiling alle stromen van de landbouwer verzamelt en de coördinatie op zich neemt om die stromen optimaal te vermarkten en te valoriseren richting humane en andere bestemmingen.

ACTIES BIJ FLANDERS’ FOOD

Wist u dat Flanders’ FOOD een team, een platform, een netwerk en zelfs eventueel centen heeft om werk te maken van de valorisatie van nevenstromen? Heeft u een stroom, een idee of zit u met vragen, aarzel niet ons te contacteren! Met vriendelijke groeten, Marie en Bianka 

BRON

De impact van cosmetische kwaliteitseisen op voedselverlies. Casestudie Vlaamse sector groenten en fruit. Xavier Gellynck, Sara De Pelsmaeker, Evelien Lambrecht en Heidi Vandenhaute, UGent in opdracht van Departement Landbouw en Visserij, Februari 2017. Het rapport is beschikbaar op www.vlaanderen.be/landbouw/studies

Nuttige links

Reacties