Projecten

SAFEMEAT

Strategieen voor het beheersen van pathogenen en gebruik van indicatorkiemen in de vleesketen

 

PROBLEemstelling en opportuniteit

Slachthuizen en uitsnijderijen worden nog steeds geconfronteerd met de druk van voedselpathogenen in de productieomgeving en op karkassen en versneden vlees, niettegenstaande de reeds geleverde inspanningen. De insleep en variabele besmettingsroutes van pathogenen zoals Salmonella spp. en Listeria monocytogenes zijn complex en vallen door bedrijven moeilijk te karakteriseren. Dit belemmert hen bij het opstellen van een adequaat actieplan. 

 

doelSTELLING 

Het algemene doel van het project is om slachthuizen en uitsnijderijen strategieën aan te reiken voor het beheersen van de voor hun prioritaire pathogenen: Salmonella in pluimvee- en varkensvlees, Listeria monocytogenes in rund- en varkensvlees. Hiervoor is in eerste instantie een beter inzicht vereist in de kritische punten, contaminatiebronnen en -routes en persistentie van deze pathogenen in productie-omgevingen. Dit wordt verkregen door grondige staalnames bij bedrijven in combinatie met genetische typering. Voor Listeria monocytogenes dient daarenboven de mogelijke uitgroei in de keten van slachthuis tot uitsnijderij onderzocht te worden om het risico gerelateerd aan de bewaar-, tijd- en temperatuurcondities in de versvleesketen correct te kunnen inschatten. Gebaseerd op deze inzichten zullen controle en actieplannen opgesteld en geëvalueerd worden. Volgende concrete doelstellingen worden vooropgesteld:

 

n  Kennis over contaminatiebronnen en –routes van de pathogene bacteriën Salmonella en Listeria monocytogenes in de versvleessector

n  Kennis over mogelijkheden van het gebruik van indicatorkiemen voor pathogeen beheersing

n  Evaluatie en verbetering van gebruikte slacht- en uitsnijtechnieken

n  Vernieuwende hygiënische maatregelen en reinigings- en ontsmettingstechnieken met focus op verwijdering van de persistente contaminatie

n  Betere kennis over de overleving en groei van Listeria monocytogenes doorheen de varkens- en rundvleesproductieketen

n  Ontwikkeling van praktische instrumenten: een draaiboek voor op de werkvloer voor pathogeen of indicatorbestrijding of -beheersing, en een gebruiksvriendelijke software tool op maat van het bedrijf voor meer geavanceerde scenario-analyses

n  Bieden van een wetenschappelijke onderbouwing aan de bedrijven voor het opstellen van sectorspecifieke praktijkrichtlijnen en veiligheidsniveaus voor een verbeterd en duurzaam preventiebeleid ten aanzien van persisterende bacteriële contaminatie

 

 

 

werkplan 

Het werkplan biedt een totaalbenadering gebaseerd op grondige staalnames in combinatie met genetische typering, het gebruik van indicatorkiemen en bepaling van het groeipotentieel (enkel Listeria monocytogenes). Hierdoor zal al het project een meer volledig beeld schetsen over de problematiek van Salmonella in pluimveeslachthuizen en varkensuitsnijderijen en Listeria monocytogenes binnen de runder en varken versvleesketen van slachthuizen tot uitsnijderijen. Deze totaalbenadering wordt bereikt met behulp van zes werkpakketen. 

In een eerste werkpakket zal in geselecteerde pluimveeslachthuizen en uitsnijderijen de problematiek betreffende Salmonella en het indicatororganisme E. coli via intensieve staalnames van te slachten tomen, uitgeslachte karkassen en omgevingsmonsters in kaart gebracht worden. In een tweede werkpakket zullen in geselecteerde slachthuizen en uitsnijderijen van rund- en varkensvlees de problematiek van L. monocytogenes in kaart gebracht worden. Tevens zal in dit werkpakket de problematiek van Salmonella in varkensvleesuitsnijderijen onderzocht worden. Beschikbare bedrijfsgegevens, maar voornamelijk intensieve staalnames van karkassen, versneden vlees en omgevingsmonsters liggen hierbij aan de basis. In het derde werkpakket zullen de aangetroffen pathogene isolaten gekarakteriseerd worden om contaminatiebronnen en -routes in de representatieve bedrijven in kaart te brengen en de persistentie te onderzoeken. Ook zal de mogelijkheid van indicatorkiemen om betrouwbare informatie over de mogelijkheid tot aan- of afwezigheid van Salmonella en Listeria monocytogenes nagegaan worden. De mogelijke uitgroei van Listeria monocytogenes in de versvleesketen van slachthuis tot uitsnijderij zal in een vierde werkpakket onderzocht worden. Dit moet toelaten om het specifiek risico gerelateerd aan de bewaar-, tijd- en temperatuurcondities in de versvleesketen correct te kunnen inschatten. In een vijfde werkpakket zullen actieplannen uitgewerkt en geëvalueerd worden ter bestrijding van Listeria monocytogenes en Salmonella. Deze plannen kunnen allerhande zijn, zoals het aanpakken van kritische punten, maatregelen tegen versleep, het beter afstellen van bepaalde apparatuur of werkwijzen, hygiënische praktijken, meer efficiënte reiniging en desinfectie, implementatie van vernieuwende reinigings- en desinfectietechnieken, hygiënisch ontwerp of andere nieuwe technologieën. Finaal (werkpakket 6) is het de bedoeling dat de bekomen onderzoeksresultaten vertaald worden naar sectorspecifieke richtlijnen ter beheersing van de twee doel pathogenen alsook de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke software tool voor meer geavanceerde scenario-analyses. In WP7 neemt Flanders’ FOOD het projectmanagement en valorisatie voor zijn rekening.

valorisatie 

Er wordt verwacht dat de projectresultaten reeds tijdens de loop van het project zullen leiden tot aanpassingen bij de bedrijven in de gebruikersgroep, vooral op basis van adviezen die voortkomen uit de bedrijfsspecifieke metingen en cases. Bij projecteinde wordt ook implementatie van de software tool verwacht, terwijl de specifieke (per sectordeeltak) richtlijnen vooral in het validatietraject na projectafloop een belangrijke rol zullen spelen bij de ruimere kennistransfer naar de reële doelgroep. Hiervoor wordt samengewerkt met sectorfederaties FEBEV en VIP-België. Tot slot vallen bedrijfsspecifieke vervolgprojecten ook na projecteinde te verwachten.

 

impact 

Implementatie van de projectresultaten resulteren op bedrijfseconomisch vlak rechtstreeks in (i) minder terugroepingen van karkas of vers vlees partijen of (ii) behandelingen (waardevermindering en supplementaire kost behandeling) en zetten aan tot (iii) investeringen (modernisering productieapparaat). Onrechtstreeks zorgt dit voor een versterkt imago en verankering van de Vlaamse versvleesindustrie in een exportgedreven markt (totale exportwaarde 2,6 miljard € in 2012).

.