Moeten we eten als een oermens?

Het menselijk spijsverteringsstelsel heeft zich ontwikkeld op basis van, en afgestemd op het in de oudheid voorhanden voedsel. En dat voedselpatroon is erg verschillend van dat van de moderne mens…

Een moderne versie van voeding uit de Steentijd kan bijdragen aan gezond ouder worden. Dat stelt Remco Kuipers in zijn doctoraat aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Dat voedselpatroon uit de steentijd verschilt niet alleen erg van het huidige, het verschilt ook op enkele punten van de huidige opvattingen van een ‘gezond’ voedselpatroon. Zo zou de inname van omega-6 vetzuren naar beneden moeten, evenals de inname van (snelle) koolhydraten. Verzadigd vet zou dan weer niet zo schadelijk zijn als gedacht.

Om zijn stelling kracht bij te zetten onderzocht Kuipers enerzijds nauwkeurig waar onze voorouders leefden, maakte daarbij een reconstructie van hun voedingspatroon en vergeleek dit met het voedingspatroon van traditioneel levende Oost-Afrikaanse volkeren. Anderzijds ging hij vanuit dit inzicht dieper in op resultaten uit onderzoek rond vetzuursamenstelling en het effect op chronische ontstekingsreacties.

De vetzuursamenstelling in het hedendaagse voedingspatroon wordt namelijk in verband gebracht met typisch Westerse ziektes. Een te lage inname aan omega-3 vetzuren zou gerelateerd zijn met het ontstaan van ontstekingsgemedieerde hart- en vaatziekten, depressies, en een suboptimale ontwikkeling van baby’s. Volgens de heersende veronderstellingen zou daarnaast ook de inname van verzadigde vetzuren een nefast effect hebben voor hart- en vaatziekten, terwijl omega-6 vetzuren zoals linolzuur hier een beschermende werking hebben. Deze laatste twee opvattingen trekt Kuipers echter in twijfel. Nieuwe inzichten brengen immers een hogere linolzuurinname in verband met een verminderde aanmaak en inbouw van omega-3 vetzuren in het lichaam. Dit leidt tot verminderde vermogens om chronische ontstekingsreacties in het lichaam te onderdrukken. En het zijn net deze ontstekingsreacties die aan de basis staan van hart- en vaatziekten. Deze theoretische benadering komt overeen met de samenstelling van het dieet van de mens uit de Steentijd en dat van traditionele Oost-Afrikaanse volkeren, dat meer omega-3, minder omega-6 en evenveel verzadigde vetzuren bevatte dan dat van de gemiddelde moderne mens. In lijn met deze inzichten heeft ook een recente Amerikaanse studie laten zien dat de aanbevolen vervanging van verzadigde vetzuren door linolzuur in de Westerse wereld eerder een toename dan een afname van hart- en vaatziekten heeft veroorzaakt.

Omega 3-vetzuren zijn een groep meervoudig onverzadigde vetzuren, met een dubbele koolstofbinding op de derde plaats. De belangrijkste omega 3-vetzuren voor het (menselijke) lichaam zijn:

  • alfa-linoleenzuur (18:3,n-3, ook bekend onder de Engelse afkorting ALA)
  • eicosapentaeenzuur (20:5,n-3, beter bekend onder de Engelse afkorting EPA)
  • docosahexaeenzuur (22:6,n-3, beter bekend onder de Engelse afkorting DHA)

Van deze omega-3 vetzuren is ALA het enige essentiële, de andere twee kunnen door het lichaam gevormd worden uit ALA. Er zijn reeds talrijke studies die aantonen dat omega-3 vetzuren verschillende gezondheidseigenschappen bezitten, waaronder bescherming tegen hart- en vaatziekten, effecten op ontstekings- en immuumreacties en op het zenuwstelsel. Belangrijke bronnen van omega-3 vetzuren zijn onder andere visolie, algenolie, lijnzaad-, hennep- en walnootolie. Deze bronnen zijn beperkt vertegenwoordigd in het moderne dieet waardoor bij veel mensen een tekort neigt.

Bij Omega 6-vetzuren staat de eerste dubbele koolstofverbinding op de zesde plaats. Tot de groep omega 6-vetzuren behoren onder andere de volgende vetzuren:

  • Linolzuur (18:2), vaak wordt de Engelse afkorting LA gebruikt
  • Gamma-linoleenzuur (18:3), vaak wordt de Engelse afkorting GLA gebruikt
  • Dihomo-gammalinoleenzuur (20:3), vaak wordt de Engelse afkorting DGLA gebruikt
  • Arachidonzuur (20:4), vaak wordt de Engelse afkorting AA gebruikt

Linolzuur is een essentieel vetzuur, de andere omega-6 vetzuren kunnen vanuit linolzuur aangemaakt worden in het lichaam. Net als omega-3 vetzuren krijgen omega-6 vetzuren verschillende positieve effecten op het lichaam toegeschreven.  Zo zou het de aanmaak van cholesterol remmen en je afweersysteem versterken. Een te grote inname van omega-6 zou daarentegen juist ontstekingen bevorderen en de werking van insuline remmen. Omega-6 vetzuren zijn te vinden in diverse veelgebruikte oliën, zoals de arachide-olie, zonnebloemolie en maiskiemolie, maar ook margarine en is daardoor eerder oververtegenwoordigd in het huidige dieet.


Daarnaast bevatte het dieet uit het Steentijdperk ook meer eiwitten en minder koolhydraten dan wat hedendaags wordt aanbevolen en geconsumeerd. Kuipers bekritiseert hiermee de praktijk om (verzadigd) vet te reduceren mits vervanging door (snelle) koolhydraten.

Remco Kuipers voerde zijn promotieonderzoek uit bij de Afdeling Laboratoriumgeneeskunde van het UMCG. Het onderzoek werd gefinancierd door de Junior Scientific Masterclass van het UMCG, het VSB fonds en FrieslandCampina. De titel van het proefschrift is “Fatty acids in human evolution: contributions to evolutionary medicine”. 

Bron

Oervoeding levert bijdrage aan gezond ouder worden. UMCG Nieuwsbericht, 23 maart 2012.