FLANDERS' FOOD RADAR

Vers tot aan de deur geleverd

Dat e-commerce dankzij Covid-19 een flinke boost heeft gekregen, daar twijfelt niemand aan. En het effect lijkt ook te blijven aanhouden. Maar voor voeding, en vooral verse voeding blijft het wel een beetje tricky, met die voedselveiligheid en zo. Hoe kunnen voedingsbedrijven dat nu aanpakken?

In juni 2020 hielden we samen met Fevia een webinar over de mogelijkheden van e-commerce voor voedingsbedrijven. Jullie talrijke aanwezigheid toen bewijst dat velen onder jullie deze optie toch alvast aan het verkennen zijn.

EN NIET ZONDER REDEN

Er zit namelijk heel wat potentieel in dit relatief nieuwe verkoopskanaal voor voedingsbedrijven. Zelfs pre-Covid werd voeding al bestempeld als ‘the next big thing’ in e-commerce. En ook de ‘grote der Aarde’ op gebied van e-commerce, Amazon, begint meer en meer voeding via hun platform te verkopen. Maar ook lokaal is er veel gaande, én ook veel bijgekomen onder impuls van de lockdowns. De maaltijdboxen (zoals Foodbag en Hello Fresh) waren voordien al een goed groeiend segment, nu zijn daar ook allerhande aperoboxen, verwenboxen, kaasplankboxen en menuboxen bijgekomen, om de mensen thuis ook te laten genieten van een hapje en een drankje tot een hele menu. Bovendien is er ook veel meer verse voeding besteld en geleverd vanuit lokale handelaars of retailers. Daarnaast is er een grote groei van platformen voor streekproducten die inspelen op de trend om lokaal en duurzaam te kopen.

Op gebied van e-commerce hinkte België wel al langer achterop tegenover onze buurlanden, en doet dat nog steeds. Absolute topper is hier China (jaarlijks $672 miljard), met een verdienstelijke tweede plaats voor de VS ($340 miljard). Ook enkele van onze buurlanden doen het niet slecht: Het VK ($99 miljard), Duitsland ($73 miljard) en Frankrijk ($43 miljard) nemen respectievelijk de derde, de vijfde en zesde plaats van de wereldwijde top in. België zat op zo'n $5 miljard in 2019. Voor de landen uit de top is e-commerce goed voor tussen de 5% en 15% van het totale retail marktaandeel (cijfermateriaal volgens business.com, 2020 en eCommerceDB, 2020). Voor verse voeding ligt de situatie nog net iets anders. Daar zijn het vooral het VK en Zuid-Korea die het voortouw nemen.

Volgens Nielsen’s Global New Shopper Normal Study, shopte voor de COVID-19 pandemie wereldwijd slechts zo’n 9% van de consumenten regelmatig online. Een drievoud daarvan (27% dus) begon daarmee tijdens de lockdowns en tegen mei 2020 was het aantal consumenten die wekelijks online winkelt vervijfvoudigd (tot 44%).

Verse voeding online verkopen, brengt echter een aantal extra uitdagingen met zich mee. Om de voedselveiligheid te kunnen garanderen en/of om te verzekeren dat het product in verse staat bij de klant arriveert, moet het onder gekoelde of gecontroleerde omstandigheden verstuurd kunnen worden. Standaard pakketjesdiensten kunnen dat wel, mits de nodige afspraken, maar het is veel minder evident dan gewoon ‘opsturen met de post’ en er hangt natuurlijk ook een prijskaartje aan. Bovendien kan zo’n pakketje ook niet uren voor de deur van de klant staan, want ook daar bestaat een risico op bederf, ontdooien, smelten of uitdrogen.

WIE DOET HET AL? EN HOE?

Ondanks deze uitdagingen, gebeurt het wel al natuurlijk. De manier waarop ze met deze uitdagingen omgaan verschilt, en elke manier heeft allicht zo zijn voor- en nadelen. Groentepakketten werken gewoonlijk met afhaalpunten en vaste momenten van levering of afhalen. Ook de maaltijdboxen werken gewoonlijk met vaste levermomenten, gecombineerd met een eigen logistiek systeem om snelle levering te kunnen garanderen.

Er zijn ook een aantal slagers die (al dan niet exclusief) online werken, zoals vlees-in-the-box.be, meatmarket.online, gustor.be, hoevevleesonline.be en slagerij Dierendonck. Vlees is natuurlijk erg kritiek op gebied van bederf, dus de leveringen moeten sowieso gekoeld en snel gebeuren, wat niet altijd evident is, en ook zijn prijs heeft. Voor kaas, zoals bij kaasonline.be is de situatie vergelijkbaar.

Veel cateraars, maar ook diensten voor aperoboxen of versmarkten werken enkel lokaal, binnen een beperkte straal om de logistiek haalbaar te houden.

Sommige bedrijven werken voornamelijk via B2B, zoals Dekeyzer-Ossaer of MyFoodspot, maar door hun afzetmarkt in focus horeca of zorginstellingen zijn de logistieke uitdagingen, en vooral de last-mile verdeling vergelijkbaar.

DE OPLOSSINGEN?

Dat kan ik je helaas nog niet meegeven. Elke situatie heeft zijn eigen aanpak nodig, en ook bij de bestaande manieren is nog ruimte voor verbetering. En daarom is dat nu net ook de scope van een nieuw project, ‘Cool & Fresh Delivery’, dat we samen met VIL, de speerpuntcluster voor de logistieke sector op poten hebben gezet en waar we binnenkort mee van start zouden willen gaan.

In dit collectieve project (type COOCK) verkennen we verder de mogelijkheden van e-commerce van verse gekoelde voedingsproducten, en hoe dit logistiek het best aangepakt wordt met oog op voedselveiligheid, duurzaamheid en betaalbaarheid, wat moet leiden tot richtlijnen voor economisch haalbare en schaalbare logistieke modellen, rekening houdende met de integratie van bestaande last-mile logistiek. Het project bekijkt de mogelijkheden in de nationale en internationale e-commerce markt, zowel in een B2C als B2B context.

Hoe we dit concreet willen aanpakken? Door:

  • De huidige en gewenste consumentenervaringen in kaart te brengen.
  • Lessen te trekken uit bestaande best practices.
  • Het inwinnen van juridisch advies inzake voedselveiligheidsreglementering.
  • Het bedenken en voorstellen in richtlijnen van verschillende mogelijkheden en concepten voor een juridisch sluitend, economisch haalbaar en schaalbaar logistiek model, met inbegrip van de mogelijkheden tot integratie in bestaande last-mile logistiek.
  • Het bestuderen van de technische mogelijkheden tijdens het transport op vlak van verpakking, koeltechnieken en ICT.

En dit alles verder uit te werken tot een praktische handleiding voor de bedrijven. Daarnaast zullen in het project ook een aantal specifieke bedrijfscases verder uitgewerkt worden. En uiteraard is er ook in dit project gelegenheid om kennis te maken met elkaar en met de logistieke sectorbedrijven, ervaringen te delen en daaruit te leren.

Geïnteresseerd? Neem dan zeker contact op met Charlotte Boone of Timothy Lefeber.

Bronnen

Nuttige links