FLANDERS' FOOD RADAR

Voeding & onze gezondheid: hoe verbeteren we de impact?

We weten dat een uitgebalanceerd voedingspatroon belangrijk is voor onze gezondheid. Maar hoe kunnen we voedingsproducten maken die aansluiten bij de vraag naar een gezondere levensstijl? En hoe weten we wat de consument effectief opeet? Kunnen we met aangepaste voeding de levenskwaliteit en gezondheid van chronisch zorgbehoevenden verbeteren? En hoe pakken we dit concreet aan? Op dit snijpunt van voeding en gezondheid blijven tot nu toe veel vragen onbeantwoord omdat nog veel kennis ontbreekt. Ook is er nood aan concrete toepassingen en ontwikkelingen op dit gebied. Daarom ontwikkelde Flanders' FOOD samen met zijn bedrijven de Roadmap Nutritie.

 

Waarom een Roadmap Nutritie? 

Als maatschappij willen we bereiken dat de algemene bevolking binnen 10 jaar gezonder is dan vandaag. Om dit te bereiken, zet de overheid in op een aantal pijlers waaronder voeding, beweging en sedentair gedrag, tabak en geestelijke gezondheidsbevordering. Het is duidelijk dat de voedingsindustrie hier dus ook een grote verantwoordelijkheid heeft in te vullen. Hierbij wordt dan vooral gekeken naar die problematieken waar voeding een belangrijk onderdeel is van de oorzaak zoals diabetes, obesitas, nutritiënten tekorten, enzovoort. Om deze maatschappelijke verantwoordelijkheid naar behoren te kunnen opnemen, is er nog nood aan onderzoek. Daarom heeft Flanders’ FOOD een roadmap Nutritie uitgewerkt door een brainstorm-oefening uit te voeren bij voedingsbedrijven uit verschillende sectoren.

Deze roadmap fungeert als een instrument om gerichter, samenhangende en complementaire projecten te genereren om zo de impact te maximaliseren. Ook moet de roadmap de flexibiliteit bieden om in te kunnen spelen op belangrijke nieuwe noden.

Roadmap Nutritie bestaat uit 6 concepten

Door op elk van de icoontjes te klikken kom je snel op een korte omschrijving van de doelstellingen en verwachte resultaten per concept. Onder de figuur wordt elk concept nog even nader toegelicht. 

Lekker en gezond 

Meten is weten

De innerlijke mens

Van akker tot bord

De betrokken consument

De juiste keuze


 

De invulling van deze concepten met projecten wordt in de komende jaren bewaakt door het roadmapcomité, bestaande uit een aantal vertegenwoordigers van de industrie, nl. de ‘captains of industry’ (Anne Franck - Cargill,  Johan Geeroms - Inex, Frederic Rosseneu - Greenyard, Veerle Carlier - Colruyt, Mieke Vanden Driessche - Metagenics) en vertegenwoordigers uit de onderzoekswereld (Christophe Matthys - KU Leuven, John Van Camp - UGent, Nina Hermans - UAntwerpen, Erika Vanhauwaert - UCLL).

Bedrijven zijn constant op zoek naar manieren om hun recepturen te herformuleren/verbeteren. Dikwijls is de drijfveer voor deze receptuuraanpassingen het verbeteren van de nutritionele waarde van het product. Dit kan enerzijds door het verminderen van negatieve componenten (zout, verzadigde vetten, (toegevoegd) suiker, ook caloriereductie), door het incorporeren van positieve componenten (eiwitten, vezel, vitaminen, micro-nutriënten) of door het vervangen van een bepaalde component door een gezonder alternatief (verzadigde vetten vervangen door meervoudig onverzadigde vetten) in het receptuur. Belangrijk bij deze aanpassingen is vooral dat de consument het product blijft appreciëren. Op vlak van organoleptische perceptie en houdbaarheid (voedselveiligheid) mag er geen negatief effect zijn van de wijzigingen. Kwaliteitscontrole en smaaktesten zijn binnen dit concept dan ook belangrijke onderdelen.  

Binnen dit concept passen ook nieuwe marktconcepten om de consument aan te zetten tot een gezonder voedingspatroon, zoals bv. het aanzetten tot het eten van meer groenten of andere concepten die bijdragen tot healthy snacking. Het begrip “convenience” speelt hierbij een belangrijke rol.

Om te weten welke aanpassingen best gebeuren, kan er gekeken worden naar de literatuur, naar richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad en naar nieuw onderzoek (dit nieuw onderzoek past in concept 3) zoals naar (effecten van) nieuwe of alternatieve ingrediënten, maar ook naar impact van reeds gekende componenten. De impact van de gedane wijzigingen wordt bepaald in impact studies (die een combinatie vormen van concept 3, 4 en 5). De ontwikkeling van deze nieuwe producten en concepten gebeurt best in samenspraak met de eindgebruiker, nl.de consument (concept 5).

De nutritionele waarde van de voeding die we eten wordt bepaald door de grondstoffen die gebruikt werden, door de manier van processing en door de bewaring van deze voedingsproducten. In de drie stappen die plaatsvinden vooraleer een voedingsproduct geconsumeerd wordt, kan veel variatie in de voedingswaarde van het product geïntroduceerd worden. Tijdens de teelt van gewassen en het kweken van dieren kunnen verschillende parameters gevarieerd worden die leiden tot een plantaardige of dierlijke grondstof die meer of minder van een bepaald micro- of macro-nutriënt bevat. Ook het minimaliseren van anti-nutritionele factoren kan al tijdens de primaire productie beoogd worden.

De impact van processing van deze grondstoffen op de afbraak, beschikbaarheid, verteerbaarheid van de verschillende micro- en macro-nutriënten is momenteel nog niet goed gekend. Ook de processing die uitgevoerd wordt bij de mensen thuis of in grootkeukens moet hierbij in rekening gebracht worden. Naast het behoud van de nutritioneel waardevolle componenten moet ook rekening gehouden worden met het eventueel vormen van nutritioneel negatieve componenten tijdens processing. Bovendien zou de juiste processing ervoor kunnen zorgen dat bepaalde anti-nutritionele factoren verminderen. Ook contaminanten kunnen door het juiste proces verminderd/vermeden worden.

Naast processing is ook bewaring een bepalende factor voor het behoud van de nutritionele waarde. Het gaat dan zowel om bewaring van de grondstoffen als om de bewaring van halffabrikaten en het afgewerkt voedingsproduct.

De impact van voeding op de gezondheid van de mens is een domein dat al eeuwen bestudeerd wordt maar waarover tot op vandaag nog veel onbeantwoorde vragen zijn. Binnen dit concept passen studies die proberen een antwoord te vinden op deze vragen. 

Meer specifiek gaat het in dit concept over studies waarbij de impact van een bepaalde voeding of een bepaalde component gemeten wordt op een levend wezen (dit kan gaan van proefdieren, tot een groep van proefpersonen, tot epidemiologisch onderzoek op hele bevolkingsgroepen), maar ook studies die gebruik maken van lab-modellen van bepaalde organen betrokken bij de vertering van voedsel (humane 3D intestinale organoïden, primaire maagculturen, levercellen, … die ook tal van fysiologische processen zoals eetlust reguleren). 

Het concept omvat fundamenteel onderzoek dat kan bijdragen tot health claims en dat kan leiden tot nieuwe concepten voor implementatie in de dagelijkse voeding van de consument, maar kan daarnaast ook heel toegepast onderzoek omvatten waarbij de impact van een bepaalde wijziging in het voedingspatroon gemeten wordt bij een specifieke doelgroep. 

Om impact te kunnen meten van voeding op de gezondheid van de mens moeten de nodige tools voorhanden zijn om enerzijds accuraat te kunnen meten wat de mens consumeert en anderzijds om accuraat te kunnen bepalen wat de impact hiervan is op zijn gezondheid. 

Aan beide zijden zijn nog een groot aantal hurdles die ervoor zorgen dat het moeilijk is om te komen tot 100% sluitend onderzoek. Voor individuele voedingsconsumptie wordt vandaag te werk gegaan met voedingsdagboeken, maar het is geweten dat het voor consumenten ongelooflijk moeilijk is om accuraat neer te schrijven wat ze die dag geconsumeerd hebben. Op populatievlak wordt dikwijls gewerkt met aankoopgegevens, maar hierin zit niet alles wat geconsumeerd wordt en bovendien wordt ook het eten dat verspild wordt niet meegerekend. In dit concept bouwen we mee aan het uitwerken van tools die helpen bij het monitoren van voedselconsumptie (zowel op individueel vlak, als op vlak van populatie). 

Het meten van de impact op gezondheid is nog complexer. Dit houdt in dat er een accurate meting moet kunnen gebeuren van de juiste parameters die gelinkt zijn met gezondheid/well-being, of net dat facet van gezondheid dat je in je studie voor ogen hebt. Zowel bij de tools die nodig zijn voor het meten, als bij het bepalen welke parameters opgevolgd moeten worden, zijn nog veel kennishiaten. 

Bovendien is voeding of een voedingspatroon zo complex dat het dikwijls moeilijk is om effecten te meten van een kleine aanpassing, of dat het quasi onmogelijk is om slechts een enkele component aan te passen. Tools en concepten die helpen bij het verminderen van deze complexiteit betekenen een belangrijke stap vooruit in deze context. 

Meten van bepaalde merkers biedt hier oplossingen. Er zijn reeds veel merkers beschikbaar voor specifieke ziektebeelden. Deze kunnen helpen bij het in kaart brengen/voorspellen van bepaalde ziektebeelden. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden om nieuwe merkers te identificeren die voedingsconsumptie in kaart kunnen brengen (bv. zelfs kleine nutritionele aanpassingen kunnen een verschuiving in het metaboloom (bv. metabole/lipide/DNA-adducten fractie) teweeg brengen).

Bijkomende moeilijkheid zit binnen dit concept in de datasharing. Als het gaat om ‘klinische data’ moet nagedacht worden hoe deze gedeeld kan worden zonder dat dit inbreuk pleegt op de privacy van de consument/patiënt, maar dat er toch voldoende gedeeld wordt over de gezondheidsparameters van deze consument om de juiste conclusies te kunnen trekken. 

In het hele onderzoek naar de link tussen voeding en de gezondheid van de mens die deze voeding consumeert, staat de mens/consument/patiënt centraal. En dit is nu net een van de moeilijkheden van dit soort onderzoek. 

Werken met proefpersonen bij interventiestudies brengt extra uitdagingen met zich mee in vergelijking met werken met proefdieren en al zeker in vergelijking met in vitro metingen. Omdat voeding en het voedingspatroon van een consument zeer complex is en omdat het enorm uitdagend is om effecten te meten op gezonde mensenen, is het bijna onmogelijk om het effect van een enkele component te meten en zal men meestal het effect van verschillende aangepaste componenten tegelijk opvolgen. De juiste vergelijking maken tussen de interventie- en controlegroep en dus de juiste conclusie trekken uit deze studie is enorm moeilijk. Daarnaast is het effect van aangepaste voeding vaak enkel meetbaar op lange termijn, wat nog een extra uitdaging is bij dergelijk onderzoek. 

Bovendien gaat het voeden van mensen veel meer dan bij dieren gepaard met emotie, beleving, smaak en het hele sociale gebeuren rond eten. Daarom is het noodzakelijk om na te denken over nieuwe manieren van onderzoek doen in deze context, weg van de klinische studies uit de farmawereld, maar toch met voldoende goede resultaten om de juiste besluiten te kunnen trekken. De tools die ontwikkeld worden in concept 4 kunnen hierbij een hulpmiddel zijn om voldoende grote groepen van proefpersonen op een accurate manier te kunnen opvolgen. 

Naast in de hierboven vermelde interventiestudies is het ook belangrijk om de consument te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe voedingsproducten. Omdat organoleptische kwaliteit en appreciatie door de consument de belangrijkste factoren zijn in het al dan niet consumeren van bepaalde voeding is het noodzakelijk om de consument te betrekken bij elke aanpassing van receptuur, proces, … .Co-creatie en co-design van deze nieuwe producten zal leiden tot grote successen bij marktintroductie.

Verder past in dit concept ook het vergroten van de betrokkenheid van ‘de bevolking’ bij voedingsonderzoek. Door citizen science toe te passen in deze context wordt de consument zich meer en meer bewust van de complexiteit van voeding(sonderzoek) en de link naar gezondheid en zal hij/zij beter in staat zijn om de nodige nuance te leggen in het interpreteren van (foutieve) zwart-wit berichtgevingen in de media. Hiermee wordt de link gelegd naar concept 6 waar communicatiewetenschappen en gedragswetenschappen aan bod komen.

Zelfs als mensen heel goed weten wat een gezond eetpatroon is, is het toch niet evident om dit ook toe te passen in de dagdagelijkse voedingskeuze. Bij de keuze van voeding speelt gewoonte en emotie een grote rol. Hierbij komen de onderzoeksdomeinen van gedragswetenschappen en communicatiewetenschappen aan bod. Hoe zorg je ervoor dat een boodschap wordt gehoord door de consument en hoe zorg je ervoor dat deze boodschap dan ook impact heeft op zijn gedrag? 

Binnen deze context is het belangrijk te vermelden dat het onderzoek dat gesteund wordt binnen dit concept steeds moet passen binnen de richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad. Onderzoek dat leidt naar het promoten van overconsumptie van bepaalde voedingsmiddelen die niet passen binnen deze richtlijnen komen niet aan bod. Evenals onderzoek dat leidt naar het aanzetten tot het weren van een of andere voedingscomponent uit het voedingspatroon komen niet aan bod (bv. exclusie-diëten). 

Vanuit de voedingssector horen we veel stemmen die oproepen tot het verspreiden van de “correcte” boodschap, het brengen van nuance in de soms zwart-wit-boodschappen die in de media verschijnen. In dit concept wordt onderzocht welke communicatiestrategie hier het best voor in aanmerking komt.

Binnen de voedingscontext is “nudging” (gedragspsychologische motivatietechniek waarbij mensen subtiel, onopgemerkt worden gestimuleerd om zich op een gewenste wijze te gedragen) een domein dat een belangrijke impact kan hebben op het aanzetten tot een gezonder voedingspatroon.

Vanuit de voedingsindustrie en vanuit de retail zijn er vragen over info op het voedingsetiket. Welke info is nuttig en hoe wordt de info begrepen? Hoe kan je via apps informatie op maat aanleveren die consumenten stimuleren om de juiste keuze te maken?

Het opkomen van online verkoop of online bestellen van voeding brengt eveneens kennishiaten met zich mee. Wat bepaalt hier het voedingsaankoopgedrag? Hoe kan binnen deze context nudging toegepast worden? 

Verder past binnen dit concept ook het onderzoek dat consumenten helpt bij het maken van voedingskeuzes afgestemd op hun persoonlijke noden. Welke manieren bestaan er om mensen te begeleiden en te adviseren naar het voedingspatroon dat voor hen op dat moment het meest gezond is? Met de voeding die momenteel beschikbaar is in de rekken van de supermarkt is het mogelijk om voor iedereen een ideaal dieet samen te stellen, maar het is moeilijk voor de consument om uit de overvloed aan verschillende producten de juiste keuze te maken, hij is op zoek naar persoonlijk advies en begeleiding.

Meer info

Meer informatie over deze roadmap kan bekomen worden bij Ellen Fierens en Margaux Leemans, en bij Timothy Lefeber kan je terecht voor informatie rond al onze roadmaps. 

Nog belangrijk om te weten in deze context

NuHCaS

Flanders' FOOD heeft samen met ILVO, VIVES hogeschool, TUA West en POM West-Vlaanderen het NuHCaS Platform opgericht waar we onderzoek naar de impact van evenwichtige voeding op de gezondheid trachten te bundelen en te stimuleren. 

Seminarie op 25 maart: Voeding voor de zorg, zorg voor de voeding

Binnen deze context zijn we ook aan het bouwen aan een roadmap Voeding in de zorg. 

De eerste versie van deze roadmap wordt volgende week voorgesteld op het online seminarie Voeding voor de zorg, Zorg voor de voeding. 

Deelnemen is gratis. Je kan je inschrijven via de link

Nuttige links